|
|
|
|
Zend mij!
Ik wil dat alle mensen gered worden. (2 Petrus 3:9) Daarom moet het goede nieuws van Jezus aan alle mensen verteld worden. (Marcus 13:10) Ik geef en vetrouw deze taak aan al mijn kinderen toe. (2 Korintiërs 5:18-19) Ik hoop dat jij ook zegt: ‘Hier ben ik, zend mij’. (Jesaja 6:8) Twijfel niet of Ik je wel kan gebruiken. (Johannes 15:16) Ik gebruik je niet omdat je zelf geen fouten meer maakt. (Johannes 8:7) Ook niet omdat je goed kan praten. (Exodus 4:10) Niet omdat je slim of sterk bent. (Zacharia 4:6) Niet om wat je allemaal wel of niet kunt. (Zacharia 4:6) Of hoe indrukwekkend je over komt. (1 Korintiërs 2:3) Zelfs niet om hoeveel je van de Bijbel weet. (1 Korintiërs 2:2) Ik gebruik je omdat Ik je wil gebruiken. (Filippenzen 1:6) Ik zal van jou een visser van mensen maken. (Matteüs 4:19) Zoek de mensen op die Mij niet kennen. (Lucas 19:10) En gebruik de gelegenheden die er zijn. (2 Timoteüs 4:2) Schaam je niet voor het evangelie. (Romeinen 1:16) Maar wees vrijmoedig. (Handelingen 4:29) Doe het vanuit Mijn liefde. (2 Korintiërs 5:14) Wees vriendelijk naar alle mensen. (Filippenzen 4:5) En veroordeel ze niet. (Johannes 12:47) Vertel ze over Jezus en wat Hij gedaan heeft. (Johannes 3:16-18) En dat Hij leeft. (Handelingen 4:33) Vertel maar dat alleen Hij hun zonden kan wegnemen. (Handelingen 10:43) Roep ze op om in Hem te geloven. (Handelingen 16:31) En te vertrouwen op Hem. (Handelingen 16:31) Vertel ze dat ze Jezus kunnen aannemen. (Johannes 1:12) En dat Hij hun Redder en Heer wil zijn. (Romeinen 10:9) Roep ze op om hun oude leven zonder Mij op te geven. (Handelingen 17:30) Ik wacht op hen. (Lucas 15:20) Je hoeft het niet in je eentje te doen. (Handelingen 1:8) De Heilige Geest zal naast je staan om je te helpen. (Johannes 14:16-17) Hij zal je leiden en de toekomst vertellen. (Johannes 16:13) Hij zal de harten van de mensen openen. (Handelingen16:14) En ze overtuigen. (Johannes 16:8) Hij zal je woorden geven als jij het niet meer weet. (Marcus 13:11) Ook zal Hij je helpen met bovennatuurlijke kennis en wijsheid. (1 Korintiërs 12:8) Het evangelie leeft, vertel het maar en je zult zien hoe krachtig het is. (Romeinen 1:16) De woorden die je spreekt zal ik bevestigen met wonderen en tekenen. (Marcus 16:20) Ik, Jezus ben bewogen met zieke mensen. (Matteüs 20:34) En wil ze genezen. (Marcus 1:41) Ik zend je uit om zieken te genezen, doden op te wekken, melaatsen gezond te maken en boze geesten uit te drijven. (Matteüs 10:8) Hiervoor geef Ik je macht en gezag om dat te doen. (Lucas 9:1) Waar je ook komt, genees de zieken die er zijn. (Lucas 10:9) Je zult je handen op zieken leggen en zij zullen genezen. (Marcus 16:18) Doe het in Mijn naam. (Marcus 16:17) Niet iedereen zal blij zijn als je van Mij vertelt. (Johannes 15:18-25) Ook niet iedereen zal naar je willen luisteren. (Marcus 6:11) Maar laat dat je niet ontmoedigen. (1 Korintiërs 15:58) Vetrouw op Mij want Ik trek de mensen naar mij toe. (Johannes 12:32) Ik klop op hun deur. (Openbaring 3:20) En kan doen wat voor jou onmogelijk lijkt. (Marcus 10:27) Zonder Mij kun je niets doen. (Johannes 15:5) Kom in gebed naar Mij toe, Ik zal er zijn. (Jakobus 4:8) Vraag maar wat je wilt en Ik zal het je geven. (Johannes 14:13) Vraag maar om mensen en Ik zal ze je geven. (Psalm 2:8) Vraag maar om arbeiders in de oogst en Ik zal ze uitzenden. (Lucas 10:2) Weet dat Ik bij je ben. (Matteüs 28:20)
|